|

Landgoederen en
Waterburgt
In
Eelde/Paterswolde zijn diverse landgoederen te
bezichtigen. De huizen zelf zijn vaak bezit van een
bedrijf of instantie, maar de parken en de bossen
eromheen zijn vrij te bezoeken. De tuinen worden in het
bijzonder gekenmerkt door een Engelse landschapsstijl en
kennen een rijke stinsenflora en eeuwenoude bomen. In de
bijbehorende bossen leven diverse dieren zoals roeken,
reigers en vleermuizen. Voorbeelden van landgoederen
zijn Landgoed Vosbergen, Landgoed Vennebroek en Landgoed
de Braak. De VVV verkoopt een boekje met een wandeling
langs diverse landgoederen, met veel achtergrond
informatie.
Vennebroek
Vennebroek is een landgoed van 17 hectare ten
noorden van Paterswolde, grenzend aan het landgoed
Friesche Veen. Het landgoed bestaat uit graslanden en
beuken- en eikenlanen. Bijzonder is dat hier zich bijna
200 soorten paddenstoelen bevinden waaronder de zeldzame
avondroodstekelzwam, en een tamme kastanje van circa 350
jaar oud en een omtrek van 4,7 meter. Een grote beuk
heeft takken die zover doorbuigen dat ze de grond raken
en weer wortelschieten.
Er
leeft op dit landgoed onder andere de Roodborst,
Tjiftjaf, Bonte Vliegenvanger, Groene Specht, IJsvogel,
Bosuil en verscheidene soorten Vleermuizen. Op het
landgoed staat het Huis Vennebroek vergezeld door een
gerestaureerde boerderij, een koetshuis en enkele
dienstwoningen.
Bewoners; In 1912 werd het landgoed gekocht door de
Groninger P.A. Camphuis, die een paar jaar eerder het
landgoed Friesche Veen met het zich daar bevindende
meertje had verworven. Sindsdien vormen Vennebroek en
Friesche Veen een eenheid.
Dhr.
Camphuis restaureerde het huis, zoals te zien is aan de
gevelsteen naast de stoep. Hij bleef er echter niet lang
wonen. Camphuis werd weduwnaar, hertrouwde in 1915 met
J.L. Lijphart en verhuisde kort daarna naar Den Haag. Op
de zijpoort van het landgoed (nabij Hoofdweg 251) staan
de namen van Camphuis en Lijphart. Deze poort moet dus
dateren uit de tijd kort na 1915. De leeuwen op de poort
tonen de wapens van Camphuis en Pierson en dateren dus
uit latere tijd.
Het
huis bleef na het vertrek van P.A.Camphuis nog lang in
de familie: De oudste zoon F.P.J.Camphuis trouwde in
1919 met P.A.Pierson (een kleindochter van Hendrik) en
de laatste bewoonde het huis tot haar dood in 1994. Hun
kinderen en veel van hun kleinkinderen zijn op
Vennebroek geboren. De wapens van Camphuis en Pierson
zijn zoals gezegd te vinden op de leeuwen van de eerder
genoemde zijpoort en bovendien op de leeuwen die de
toegang tot het huis bewaken.
Omstreeks 1985 zijn het huis, het landgoed Vennebroek en
het Friesche Veen overgedragen aan Natuurmonumenten.

Huis Vennebroek; Het vierkante Huis Vennebroek is
gebouwd in 1848 door jonkheer Hooft van Iddekinge. Over
het huis (een Havezate) dat voor die tijd op die plek
stond is niets bekend. Het Huis Vennebroek bestaat
ruwweg uit vier grote kamers beneden en vier grote
kamers boven. Enkele kamers zijn in later tijd in
kleinere kamers verdeeld. Aan de zuidzijde is later een
serre bijgebouwd, en nog later werd het dak van de serre
als terras voor de bovenverdieping in gebruik genomen.
Er is verder een kelder onder het hele gebouw, waarin
vanouds de vertrekken van het personeel en de keuken
waren, en een U-vormige zolder.
Het
huis is, samen met de tuin, omringd door een
hoefijzervormige gracht. Aan de oostzijde van de gang op
de benedenverdieping bevindt zich een schitterend
gebrandschilderd raam met de Wapens van alle bewoners
sinds 1645. De tekst op het raam is ontleend aan
Horatius en kan vertaald worden als: Gelukkig is hij,
die ver van zijn bedrijf zo'n landelijk huis bewoont,
terwijl het water van de hellingen afstroomt, de vogels
in het bos zingen en de bronnen ruisen van stromende
beken. Er is op het terrein overigens geen sprake van
hellingen en bronnen.
Bezichtiging van het
landgoed Lemferdinge

Lemferdinge is een markant onderdeel van de gordel
van landgoederen die langs de oostkant van
Eelde-Paterswolde ligt. Ten noorden van Lemferdinge
liggen De Braak, Vennebroek en Noordwijk. Ten zuidoosten
vinden we Huis De Duinen, Vosbergen en Oosterbroek.
Sinds 1997 maken deze landgoederen samen deel uit van
het beschermde dorpsgezicht.
Het
huis Lemferdinge bij Paterswolde heeft een lange
geschiedenis. Het is er één van bloei en verval, van
reconstructie en aanpassing aan steeds veranderende
eisen en denkbeelden. Al in 1447 wordt het gebouw in
documenten vermeld. 'De hof tot Lemferdinge' was één van
de belangrijkste geschenken die Steven Ther Borch van
zijn vader ontving ter gelegenheid van zijn huwelijk met
Grete van Echten. Van Echten en Eelde waren delen van
Drenthe waar in die tijd een concentratie van families
met aanzien woonde. Twee eeuwen vererfde Lemferdinge in
deze familie.
Het landgoed heeft in de honderden jaren daarna vele
veranderingen ondergaan. Ooit was er een groot landhuis
met een gracht, ophaalbrug, twee schathuizen, ruime
tuin, bos en weiden. Tegenwoordig bestaat het landgoed
alleen nog uit het westelijk schathuis en de tuinen.
Nadat het eeuwen in particulieren hadden was geweest,
werd de vereniging 'Ons Dorphuis' in Eelde in 1953
eigenaar van het landgoed. Deze kreeg het in bezit uit
een erfenis van Geziena Bähler-Boerma, die samen met
haar man de laatste eigenaar-bewoner van Lemferdinge
zijn geweest. In hun testament besliste de familie
Bähler dat Lemferinge met haar inboedel open moest staan
voor mensen die hun horizon wilden verbreden. Zij
bepaalden dat het landgoed met hun kapitaal in stand
moest worden gehouden, en dat na dertig jaar de
Vereniging Ons Dorpshuis er als erfgenaam over mocht
bezitten. In 1983 werd in overleg met het
gemeentebestuur van Eelde besloten dat de
beheersstichting Bähler-Boerma Lemferdinge het landgoed
zou kopen. De inboedel en het familiearchief waren al in
1953 in bezit van deze stichting gekomen.Vanaf 1 januari
2003 wordt het beheer verzorgd door Stichting Het
Drentse Landschap.
Historisch parkbos; Wie aandachtig door het bijna
drie hectare grote parkbos wandelt, kan veel terug
vinden van de achttiende eeuwse formele
tuinarchitectuur. Zo is de oude zichtlaan die vanuit het
vroegere hoofdgebouw in zuidelijke richting liep nog
steeds in het landschap ter herkennen. Deze 500 meter
lange 'Grande Allee' was aan weerszijden begroeid met
eiken. Helaas is bij de grote verkoping van Lemferdinge
in percelen in 1811 de laan opgeheven en werden de bomen
aan de westzijde van de laan gekapt. Verder zijn er in
de tuin nog een oude waterput te vinden en is er een 19e
eeuwse boomgaard in de oude 'jardinstyle'van Dumonceau
aangelegd.
In 1997 werd een groot deel van de tuin gereconstrueerd
met als doel om de oude aanleg van het landgoed
Lemferdinge te bewaren, zodat deze herkenbaar is voor
komende generaties. Via wandelpaden rond het huis wordt
een goede impressie verkregen van hoe de tuin er in de
achttiende eeuw mogelijk heeft uitgezien.
Expositie
In Galerie Lemferdinge worden tentoonstellingen
gehouden. Deze zijn gratis te bezichtigen op vrijdag tot
en met zondag van 12.00 - 17.00 uur. Adres:
Lemferdingelaan 2, 9765 AR Paterswolde. Telefoon: (050)
309 13 77.
Landgoed Vosbergen bij Eelde.
In
1890 is men begonnen met het bouwen van dit huis.
Het
landgoed Vosbergen is een betrekkelijk jong landgoed. De
eerste aanzet voor de aanleg werd gegeven in 1890. In
dat jaar kocht mejuffrouw Wilhelmina Berendina
Groeneveld, wonende te Groningen, van Kornelis Bekkering
"eene behuizing met boerenwoning en schuur en tuin,
weidekamp en fraai wandelbosch met vijver, de Vosbergen
genaamd, groot 6 ha. 82 are en 32 ca: de koopsom
bedraagt 2.975,-" aldus de akte van 18 september 1890.
In 1894 werd het woonhuis van de boerderij verbouwd tot
zomerhuis en als zodanig in gebruik genomen. In 1896
trouwde mejuffrouw Groeneveld met Johannes Siegfried
Kraus en na een verbouwing in 1917 vestigde het echtpaar
zich permanent op de villa Vosbergen. De laatste grote
verbouwing dateert uit 1925.
Sinds
1890 is door ruim vijftig grotere en kleinere aankopen
met grote voortvarendheid gewerkt aan uitbreiding van
het bezit. Zo bereikte in de 30-er jaren het landgoed
een omvang van ruim 79 ha.
In
1936 besloten de heer en mevrouw Kraus hun bezit onder
te brengen in een stichting, genaamd "Kraus-Groeneveld
Stichting". Het doel van deze stichting is er voor te
zorgen dat het door hen met zeer veel liefde en
toewijding aangelegde landgoed bewaard blijft voor het
nageslacht. Voor de villa werd daarbij gedacht aan een
bestemming als rusthuis. De heer Kraus overleed op 1 mei
1937, mevrouw Kraus op 20 mei 1949. Beiden zijn op het
landgoed begraven.
Tot
het landgoed behoren nu de villa, een boerderij, vier in
erfpacht uitgegeven voormalige boerderijtjes, 52 ha.
bos, natuurterrein, vijvers, wegen, paden en 54 ha.
bouw- en grasland, in totaal ongeveer 106 ha. De
exploitatie van de villa als rusthuis, is om financiële
reden nooit gelukt. De villa is nu verhuurd en de
boerderij, met 33 ha. land, is verpacht.
Historie van De Waterburcht
De
Waterburcht van Eelde was een zogenaamd Mottekasteel.
Het bestond uit een stenen woontoren, die gebouwd was
op een opgeworpen heuvel (motte). Het kasteel werd
omringd door meerdere wallen en grachten, vandaar de
naam 'Waterburcht'. Uit Drenthe zijn slechts vier andere
mottekastelen bekend. Zij dienden als verblijfplaats
voor de middeleeuwse elite en boden bescherming in
onrustige tijden.
Over
de geschiedenis van de kastelen is weinig bekend. Uit
een middeleeuwse kroniek valt op te maken dat de burcht
in 1266 werd gebouwd. In dat zelfde jaar werd de burcht
alweer verwoest, waarna de bouw werd voortgezet. De
bewoners van De Waterburcht waren waarschijnlijk de
Schulten van Eelde. Zij spraken in de 13e en 14e eeuw
recht in dit deel van Drenthe. Hoewel niet geheel zeker,
heeft het kasteel tot in de 14e eeuw gefunctioneerd.
Het
monument is vrij toegankelijk voor een publiek en een
bezoek meer dan waard.
Er is
een prachtig wandelgebied aangelegd waar u loslopend vee
kan tegenkomen. Gezellig een eindje wandelen in een
leerzame omgeving waar je ook even kunt uitrusten op de
bankjes.
Volgens een middeleeuwse kroniek werd de waterburcht in
1266 aangelegd. Nadat de in aanbouw zijnde burcht in
hetzelfde jaar was verwoest, werd de bouw voortgezet.
Hoe het bouwwerk er precies heeft uitgezien is niet
bekend. Het was gelegen 'in Elethe', waarmee het dorp
Eelde wordt bedoeld. In de 13de eeuw was Eelde een puur
agrarische nederzetting. Het dorp bezat een kerk en
enige boerderijen en werd door essen en woeste gronden
omringd.
De
Waterburcht van Eelde is aangelegd in een tamelijk laag
gelegen terrein tussen het beekje de Oosterloop en de
zandrug waarover de weg van Eelde naar Yde loopt. Door
de relatief lage ligging waren de gegraven grachten
rondom de kasteelplaats verzekerd van water. Een
belegering was dan ook alleen vanuit de hoger gelegen
noordoostzijde mogelijk. De restanten van de ronde
grachten zijn vooral vanuit de lucht goed zichtbaar. Het
hele complex van motteheuvel en grachten is gedeeltelijk
gerestaureerd.
De
bewoners van de burcht waren ongetwijfeld de Schulten
van Eelde. Zij speelden tot circa 1325 een belangrijke
rol in de Drentse historie. Zo bezaten ze in de 13de en
14de eeuw een deel van de rechtsmacht in Drenthe,
terwijl het andere deel in handen van de kastelein van
Coevorden berustte. Hoewel niet geheel zeker, heeft het
kasteel vanaf 1266 tot in de 14de eeuw gefunctioneerd.
Wanneer het kasteel ophield te bestaan, is niet bekend.
In de
17de en 18de eeuw stond op het terrein van de voormalige
waterburcht een havezate. Uit het archeologisch
onderzoek blijkt dat de havezate ten westen van de
burchtheuvel heeft gelegen. Vermoedelijk is voor de bouw
van de havezate een groot deel van de burchtheuvel
geëgaliseerd. De vrijkomende grond is mogelijk gebruikt
voor het dichten van sommige grachten. Een deel van het
oude grachtenstelsel bleef voor de havezate in gebruik.
“De Braak”

Het
landgoed De Braak ligt ten noorden van Paterswolde, ten
westen van de Hoofdweg, die van Groningen naar Eelde
loopt. Sinds 1920 is De Braak eigendom van de Vereniging
tot Behoud van Natuurmonumenten.
Het
landgoed De Braak bestond al rond 1700. Het was toen
eigendom van Luitenant ter Voet van Schelfhorst, die
getrouwd was met de Duitse Fraulein von Braake, die
wellicht haar naam aan het landgoed heeft gegeven.
Als andere mogelijkheid voor de naam wordt genoemd, dat
De Braak afgeleid zou zijn van broek (= laag drassig
land).
In 1705 werd het landgoed verkocht aan Lucas Nijsingh.
In 1721 erfde Mr. Lucas Trip De Braak. Hij maakte het
landgoed tot zijn zomerverblijf. Trip was burgemeester
van Groningen.
Begin
1800 is De Braak overgegaan naar de familie Hesseling,
die meer landgoederen en buitenplaatsen in bezit had.
Het huidige park is in 1825 in opdracht van Abraham
Hesseling aangelegd door de bekende tuinarchitect
Roodbaard. In De Braak zijn, evenals in andere parken,
kronkelige vijverpartijen aangelegd met veel lussen en
schiereilandjes. De uit de vijvers vrijkomende grond
werd opgeworpen tot heuvels vanwaar men fraaie
uitzichten had. Tussen de vijvers heeft een landhuis
gestaan, dat voorzien was van een torentje. Van daaruit
had men naar het zuiden toe vrij zicht over de vijver en
het gazon tot de Vennerstraat, waar tot 1860 de
hoofdingang was.

Het huis raakte echter onbewoond en werd in 1890
gesloopt, waarna op dezelfde plaats een koepel als
zomerverblijf werd gebouwd, die inmiddels ook weer
verdwenen is. Delen van het herenhuis werden in 1916
gebruikt bij de verbouwing van een boerderij, thans de
witte dienstwoning van de beheerder.
Rond
1894 werd het landgoed gekocht door de bekende Groningse
industrieel en lid van de Eerste Kamer W.A. Scholten.
Zijn zoon J.E. Scholten erfde het vervolgens en stelde
het voor het publiek toegankelijk, waarvoor 10 cent per
persoon werd gevraagd.Dat geld kwam ten goede aan het
kinderziekenhuis 'W.A. Scholten' en aan de armen van
Paterswolde.
In 1920 werd De Braak gekocht door 'Natuurmonumenten' en
in dat jaar werd het landgoed bezocht door 43.469
betalende bezoekers, die genoten van het prachtige
geboomte, de fraaie waterpartijen, de doolhof en de
kettingbrug.
In een kiosk en een koepel waren verversingen te koop.
De hertenkamp dateert uit 1938. Er waren toen op de
Veluwe teveel edelherten en die bracht men toen over
naar De Braak. In 1948 heeft men damherten genomen,
omdat die beter in gevangenschap kunnen leven.
|